Bij biodiversiteit denken we vaak aan soorten. Meer vlinders in de wijk, de huismus terug in de straat of betere leefomstandigheden voor vleermuizen. Soorten zijn zichtbaar, herkenbaar en spreken tot de verbeelding. Juist daarom zijn ze belangrijk in het verhaal over natuurherstel.
Maar binnen Basiskwaliteit Natuur zijn soorten niet het doel. Ze zijn het bewijs dat het systeem werkt.
Het oranjetipje als voorbeeld
Neem het oranjetipje. Deze vlinder wordt binnen Basiskwaliteit Natuur gebruikt als gidssoort: een herkenbare soort die iets vertelt over de kwaliteit van de leefomgeving.
Want als een vlinder zich vestigt, zegt dat vaak dat meerdere voorwaarden op orde zijn:
- er is voedsel in de vorm van nectar en waardplanten;
- er zijn schuilplekken in de vegetatie;
- bodem en water zijn gezond;
- groene plekken zijn met elkaar verbonden.
Een gidssoort is daarmee een ecologische spiegel. Niet van één maatregel, maar van het systeem als geheel.
Volgens Hidde Hofhuis van Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel moeten we ons dus niet blindstaren op die ene vlinder: “We moeten zorgen dat de brede condities op orde zijn. Zorg eerst bijvoorbeeld dat er geen gif in de grond zit, dat de waterkwaliteit op orde is en dat er veel ruimte is voor groen. Dan kan het oranjetipje terugkomen, maar net zo goed een argusvlinder of een aurelia. Ook goed, als de omstandigheden maar kloppen.”
En dat is de kern van de systeembenadering. Niet sturen op één soort, maar op de omstandigheden waar veel soorten van profiteren.
BKN gaat niet alleen over ecologie
Gidssoorten helpen wel om biodiversiteit begrijpelijk te maken voor bewoners, bestuurders en ontwikkelaars. Niet iedereen raakt overtuigd door termen als habitatkwaliteit of ecosysteemveerkracht. Een wijk waar weer vlinders vliegen, merels nestelen en mussen voedsel vinden, vertelt een veel concreter verhaal.
Zoals Hidde mooi zegt: “Aan mijn dochter kan ik vertellen dat het belangrijk is dat die vlinders ergens kunnen wonen. Want dat vindt zij ook belangrijk.”
Daarmee raakt Basiskwaliteit Natuur aan meer dan ecologie alleen. Het gaat ook over een prettige leefomgeving, gezondheid, klimaatbestendigheid en de dagelijkse natuurbeleving van bewoners. Gidssoorten helpen om het verhaal van Basiskwaliteit Natuur zichtbaar, herkenbaar en begrijpelijk te maken. Maar achter dat verhaal zit wel een concrete systematiek.
Van verhaal naar maatlat
Om Basiskwaliteit Natuur ook praktisch toepasbaar te maken, is de Maatlat voor de bebouwde omgeving ontwikkeld. Dit instrument helpt helpt gemeenten, provincies en andere organisaties om de ecologische kwaliteit van steden en dorpen te beoordelen en gericht te verbeteren.
De maatlat kijkt daarbij naar dezelfde drie pijlers die centraal staan binnen Basiskwaliteit Natuur:
- Inrichting: hoeveel ruimte is er voor groen, water en verschillende vegetatielagen
- Abiotiek: zijn bodem, water, rust en donkerte op orde
- Beheer: wordt een gebied ecologisch beheerd zodat soorten kunnen leven en zich voortplanten
Wat deze maatlat sterk maakt, is dat zij niet stuurt op één soort, maar op de condities waar veel soorten van profiteren.
De maatlat werkt niet met harde normen, maar met advieswaarden die richting geven. Denk aan voldoende onverhard oppervlak, ruimte voor boomkronen, ecologisch beheer en het behoud van oude bomen. Daarbij is altijd ruimte voor maatwerk, passend bij het landschapstype en de mate van verstedelijking.
Zo wordt Basiskwaliteit Natuur meer dan een ecologisch ideaal. Het wordt een praktisch instrument waarmee we kunnen sturen op een gezonde, klimaatbestendige en soortenrijke leefomgeving.
Blijf op de hoogte van ontwikkelingen rondom Basiskwaliteit Natuur
We delen de komende tijd meer inzichten over Basiskwaliteit Natuur. Schrijf je in voor onze BKN updates en ontvang ze automatisch in je mailbox.