Basiskwaliteit Natuur draait niet om méér doen. Het draait om het herstellen van de basiscondities van een gebied. Maar wanneer weet je dat die basis niet meer op orde is?
Die vraag staat centraal in het rapport Basiskwaliteit Natuur van Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Een belangrijk begrip daarin is de natuurarmoedegrens: het minimale niveau van ecologische kwaliteit dat nodig is om een gebied te laten functioneren.
Zakt een gebied onder deze grens, dan ontstaat natuurarmoede.
Wat gebeurt er onder de natuurarmoedegrens
Onder de natuurarmoedegrens functioneert een ecosysteem niet meer zelfstandig. De samenhang tussen planten, dieren en hun leefomgeving neemt af. Biodiversiteit daalt en het netwerk van interacties dat een systeem gezond houdt, raakt verstoord.
Soorten verdwijnen niet altijd direct. Vaak blijft groen aanwezig en lijkt er op het eerste gezicht weinig aan de hand. Toch is de ecologische basis dan al verzwakt. Volgens Hidde van Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel zie je dat heel concreet:
“Op het moment dat je nestkasten moet ophangen om vogels te krijgen, maar het voedselaanbod ontbreekt, is de natuurarmoedegrens bereikt.”
Die uitspraak raakt de kern. Niet de aanwezigheid van een soort is bepalend, maar de vraag of het systeem nog in staat is soorten zelfstandig te dragen.
Symptomen van een systeem dat niet meer werkt
Onder de natuurarmoedegrens zie je vaak drie terugkerende patronen.
- Natuur wordt afhankelijk van hulp: Gebieden worden afhankelijk van kunstmatige ingrepen. Nestkasten, bijvoeren of losse soortenmaatregelen worden noodzakelijk, omdat natuurlijke nestgelegenheid, voedsel en schuilplekken ontbreken.Dit is symptoombestrijding. De basiscondities zijn niet op orde.
- Kenmerkende soorten verdwijnen: Een gebied kan nog steeds groen lijken, maar ecologisch verschraalt het. Kenmerkende soorten verdwijnen en maken plaats voor opportunistische soorten die profiteren van verstoorde omstandigheden. De kwaliteit van het systeem neemt af, ook als het aantal organismen nog hoog lijkt.
- Soorten zijn er nog, maar redden het niet: Soms ontstaat een situatie van living dead: soorten zijn nog aanwezig, maar de omstandigheden voor voortplanting of langdurig voortbestaan ontbreken. Verdwijnen is dan geen kwestie van óf, maar van wanneer. De grutto is hiervan een bekend voorbeeld. Door een gebrek aan insecten, onder meer als gevolg van intensief landgebruik en pesticiden, overleven te weinig kuikens. De volwassen vogels zijn er nog, maar zonder nieuwe aanwas verdwijnt de soort uiteindelijk uit het gebied.
Waarom dit belangrijk is
De natuurarmoedegrens is niet alleen een ecologisch begrip. Het is ook een praktische ondergrens voor een gezonde leefomgeving. Wanneer de basiscondities voor planten en dieren op orde zijn, profiteren niet alleen soorten daarvan. Ook de ecosysteemdiensten die natuur levert, zoals verkoeling, waterberging, luchtzuivering en recreatieve waarde, nemen toe. Zo vormt Basiskwaliteit Natuur de basis voor een leefomgeving die gezond en veerkrachtig is voor mens, dier en plant.
Wanneer we geen zicht hebben op deze grens:
- blijft achteruitgang vaak (on)zichtbaar;
- worden maatregelen versnipperd ingezet;
- en wordt herstel op termijn complexer en duurder.
Basiskwaliteit Natuur helpt om die ondergrens zichtbaar te maken. Niet om meer te doen, maar om de juiste dingen te doen.
Van symptoombestrijding naar natuurherstel
Basiskwaliteit Natuur draait om één fundamentele omslag: weg van losse maatregelen, naar het herstellen van de condities waarop natuur kan functioneren. Daarmee verschuift de vraag van: Hoe helpen we deze ene soort? naar: Hoe brengen we de basis weer op orde?
Dat is het fundament voor herstel.
Blijf op de hoogte van ontwikkelingen rondom Basiskwaliteit Natuur
We delen de komende tijd meer inzichten over Basiskwaliteit Natuur. Schrijf je in voor onze BKN updates en ontvang ze automatisch in je mailbox.