Wat doe je met een oude boom die niet meer past binnen de standaard veiligheidsnormen, maar wél van grote ecologische, landschappelijke en historische waarde is? Die vraag stond centraal tijdens de recente kennisflits over veteraanbomen, verzorgd door Johan van Zwieten, naar aanleiding van de cursus veteraanboombeheer.
In het huidige boombeheer ligt de nadruk vaak op veiligheid en uniformiteit. Dat werkt goed voor reguliere bomen, maar minder voor veteraanbomen. Eigenschappen die ecologisch juist van grote waarde zijn zoals holtes, afgestorven hout of uitgescheurde takken, worden al snel als gebreken gezien. Hierdoor verdwijnen veel oude bomen, met verlies van biodiversiteit én landschappelijke identiteit als gevolg.
Tijdens de kennisflits liet Johan zien dat het ook anders kan. Door veteraanbomen te herkennen en te erkennen als een aparte categorie, ontstaat ruimte voor een andere omgang met risico’s. Niet door alles weg te nemen wat potentieel onveilig lijkt, maar door de omgeving zo in te richten dat een boom oud mag worden, mét zijn karakteristieke kenmerken. Dat vraagt om passend beleid en duidelijke kaders. Veteraanbomen worden daarbij apart geregistreerd en beoordeeld, los van de reguliere boomveiligheidscontrole (BVC).
Het belang daarvan is groot. In één enkele veteraanbomen kunnen tientallen microhabitats voorkomen. Juist deze rijkdom maakt veteraanbomen onmisbaar voor biodiversiteit. Willen gemeenten hun ecologische en duurzaamheidsdoelen behalen, dan is het behoud van veteraanbomen geen extraatje, maar een noodzakelijke stap.
Hoe monitor je deze bomen langdurig? Hoe krijg je inzicht in de groei, de reactie op stress en de stabiliteit van deze specifieke bomen? Lees daarover meer op deze webpagina.